Jong geleerd…

Lui liggend in de kantelzetel op het terras met zicht op de vijver terwijl  de zon met volle kracht mijn bloot vel verwarmt. Ik geniet van een zondags gevoel. Ik heb er eigenlijk altijd wel van gehouden, van dat laat dat lijf maar een beetje bruinen concept, maar vandaag geniet ik er dus opnieuw met volle teugen van. Het is immers al lang (nog) geen zomer, maar zo’n snipperdag tussendoor kan deugd doen.  Waarschijnlijk heb ik dat nietsnutten in de zon jong geleerd, want mijn mama kon daar ook zo van genieten. En dus doe ik het ook nog in mijn oude versie, want jong geleerd is dus ook oud gedaan.

Ik kijk tussen de zweetpareltjes door regelmatig eens naar ons vijvertje, meer bepaald naar onze vissen en visjes. Elke kans moet ik meepikken want voor je het weet is de reiger ook nog met het restant van onze vijverpopulatie weg. Heel even pijnig ik nu mijn hersenen om de datum van start van aanleg van ons vijverke terug te halen. Dat moet dus herfst 2013 geweest zijn. Een gevoel van onbehagen overvalt mij. Verdemme zeg, ligt de vijverrand en zijn directe omgeving nu al zolang te wachten op afwerking ?

Maandag. De zon doet wel haar best, maar veel meer ook niet. Van lui in de zetel liggen is geen sprake meer. Maandag is immers de eerste dag van de werkweek. Het is niet omdat we thuis zijn dat we ons anders gaan gedragen op maandag hé ! Werken is dus de boodschap. Maar niet te veel, want de eerste dag is Garfield gewijs altijd weer een beetje tegenpruttelen. Mondays dienen als opwarming voor de echte werkdagen, zijnde dinsdag, woensdag en donderdag. Vrijdag is gezien zijn naamgeving duidelijk geen dag om werken, ook dat gaan we deze week proberen in ere te houden.

Enfin kijk. Sta ik daar in de tuin naast de vijver met een schop in de hand. In tegenstelling tot zondag, waar op momenten geen enkel kledingstuk mijn lijf tooide, is er nu bijna geen enkel stuk bloot vel te bekennen. De zon schijnt niet dus werken in ontbloot bovenlijf om mijn bodybuilderskast te laten zien is niet aan de orde. Terwijl ik met de schop klopklopklop de cement meng met water bedenk ik dat het toch wel vreemd is. Jarenlang had ik dus geen enkel idee waarom mijn vader, toen hij op straat cement stond te maken voor alweer een werkje aan het terras of in de tuin, met zijn schop over het cement ging om het dan als het ware in kleine stukjes te kappen alvorens het te mengen. Maar nu ik zelf zand, cement en water aan het mengen ben besef ik het ten volle, dit werkt veel beter dan het met de schop proberen om te keren om het triumviraat door elkaar te haspelen. Jaja … jong geleerd is ook oud (eindelijk) gedaan (inclusief nog blijven doen).

Ramasseuse-RG-2015

Ach, it’s that time of year again. Studeren, het ligt alweer even achter me. Wat dat betreft denk ik dat jong geleerd is oud gedaan alvast niet van toepassing is. Aan dergelijke dingen, alvast in de hoeveelheden en moeilijkheidsgraad van vroeger doe ik niet meer mee. Ik zie me nog zitten, uren aan een bureau en maar bladeren en bladeren en blokken en blokken. Helaas pindakaas, of iets anders dat een mens beter niet tot zich neemt, viel het hierboven op foto afgebeelde spektakel eveneens in de periode eind mei begin juni, gevolgd door dat andere tornooitje net over het kanaal eind juni begin juli. Jaja, ik beken. Ik heb veel/regelmatig/zelden/nooit (u schrapt maar wat niet past) gezondigd. Maar ik kan het dan ook niet laten (waarmee ik aangeef dat nooit niet het overblijvende woord kon zijn in de schrappingslijst). Ik hou er van om me zinledig te houden terwijl ik eigenlijk aan het werk moet zijn. Echt zinledig is die bezighoud niet helemaal, hij bevredigt me immers. Bovendien maakt hij dat ik tijdens de periode van werken iets heb om naar uit te kijken wat de druk op de ketel houdt en maakt dat ik net iets sneller klaar ben/kom (ook hier mag u schrappen wat niet past).

En kijk, vandaag zei mevrouw Bentenge dat het toch wel toevallig is dat de week, na anderhalf jaar status quo, dat ik aan de vijver ga werken net samenvalt met de eerste week van Roland Garros. Puur toeval, echt, ik zweer het, puur toeval. Maar ondertussen heb ik toch maar al naar de wedstrijd van David Goffin zitten kijken. Maar dat mag he, want maandag is maar een miniwerkdag. Benieuwd wat dinsdag gaat brengen…

b_RAMASSEURS_1905_c_01

 

 

 

 

LA (oftewel…)

De Liebster Award. Ik kreeg dus de bronzen plak van Carrie, alias missS&theC. Ze bedacht de volgende vragen :

  1. Wat staat er met stip op nummer 1 van jouw bucketlist?
  2. Wat is je grootste miskoop?
  3. Wat wil je graag nog leren in dit leven?
  4. Wat zou je kopen als meer dan voldoende geld is?
  5. Als je een koekje zou zijn, welk zou dat zijn?
  6. Wat is jouw guilty pleasure?
  7. Hoe ziet een perfecte alledaagse dag eruit voor jou?
  8. Door wat voor mensen denk je dat je vooral wordt gevolgd/gelezen?
  9. Omschrijf jezelf in drie woorden.
  10. Wat is je grootste angst?
  11. Wat durf je niet, maar zou je eigenlijk wel willen?

Heel diep vanbinnen heb ik het gevoel dat ik talloze logjes schreef die op een of andere manier aangaven dat ik niet aan (gestructureerd) bucketlisten doe. Maar kijk, eigenlijk is er best wel nog iets dat ik graag zou doen voor ik het loodje leg. De expat-ervaring kunnen bijschrijven op mijn “been there done that” lijstje lijkt me wel wat. Minstens een jaar lang in het buitenland werken om op een relatief intense en ingrijpende manier andere zeden en gewoontes te leren kennen. En als er nog een land aan te plakken valt, kan ik je nu al zeggen dat de USA met stip op nummer één staat. Bij voorkeur de westkust, LA of omstreken, why not ? Maar de oostkust, Virginia, North-Carolina of South-Carolina mag natuurlijk ook.

Het proces van iets zien dat je bevalt, je geld uit de portemonnee halen en zorgen dat het voor “eeuwig” het jouwe blijft is een vorm van instant bevrediging. Met dat in gedachten kun je eigenlijk nooit van een miskoop spreken, want met de koop op zich was waarschijnlijk niets mis. Kopen geeft veelal (zonder twijfel) een direct ik-consumeer-orgasme. Het probleem ontstaat wanneer de nevelen van het ik-koop-klaarkomen plaats maken voor de realiteit en de vaststelling dat wat je meebracht naar huis iets blijkt te zijn dat nergens gaat toe dienen, erger nog, dat je liefst zo diep mogelijk wegstopt om de herinnering aan de verdwenen zuurverdiende centjes die je er op een moment van zwakte tegenaan gooide weg te gommen. Kijk, ik doe dus aan verdringing, het is te zeggen ik veeg herinneringen aan miskopen doorgaans uit. Maar toch komt er direct eentje in mijn hoofd te voorschijn. Ergens ligt hier een schilderijtje dat ik op een veiling kocht en waarvan ik de dag nadien reeds dacht, Bentenge, man, waar waren uw gedachten ?

Al een paar dagen mag ik (te pas en te onpas) meeluisteren naar muziek die uit dochterlief haar feun vloeit. Je gelooft het nooit, maar herhaling, daar heeft de jongedame geen last van. Sterker nog, ze vindt dat best cool en dus zit het volgende nu al even in mijn hoofd: link naar youtube. Ehwel kijk, van seconde 10 tot seconde 22 vind ik best te pruimen. Veel straffer, ik vind het zelfs prachtig en wou dat ik het ook kon. Dus als er iets is wat ik echt nog zou willen leren in dit leven: tokkelen op een piano met kwalitatief geluid tot gevolg.

Kopen ? Meer dan voldoende geld ? Kijk, het antwoord op vraag vier is dus: NIETS. Al langer dan even besef ik dat ik niets, maar dan ook niets materieels te kort heb of wens te hebben. Maar misschien moet ik toch even dieper graven. Bon, stel dat ik echt zalig veel geld te veel heb, dan koop ik mezelf een leven in de zon, op een nog niet in mijn brein “gematerialiseerde” locatie. Dat lijkt me wel iets.

Aha, now we’re getting somewhere ! Vraag vijf is dus heerlijk simpel :

hsfile_26143

Koeken moeten gelaagd zijn, net als mensen. Heerlijk complex is zo een beetje mijn ding. Niet in één smaak of beschrijving te vatten. Wat hou ik van een lekkere Lion … dus is dat ook wat de koekjesvorm van Bentenge zou zijn.

Good god. Mag ik op vraag zes eenvoudig antwoorden: het eten van mezelf, het is te zeggen een Lion ? Nu ja, nee, dat is dus nul punten op vraag zes. Want snoepen is dus wel een pleasure, maar geen guilty one. Guilty as charged… en eigenlijk zou ik dus moeten zwijgen als vermoord, maar omdat een vraag van sex(in/and)thecity per definitie een antwoord verdient probeer ik al typend een deftige versie te bedenken en te genereren. Nope, sorry missSex&theCity, sex aka porn in welke vorm ook is evenmin een guilty pleasure. Pleasure it is, maar guilty, no way. Enfin, effe serieus, ik denk dat het antwoord eenvoudig is: JR of MR. Yep, het eerste, JR, zou je eigenlijk al moeten weten, want ik durf het al eens onder woorden te brengen. Het tweede kun je met enige moeite afleiden uit mijn “avatar”. Jaja, MR is een guilty pleasure. Sleepless in Seattle en You’ve got mail. Het kan niet zoeter, maar van overdaad heb ik geen last. Het aantal keer dat ik die bekeek is niet op twee handen te tellen. The shop around the corner doet me altijd opnieuw smelten. Of zou het de eigenares zijn die dat effect heeft ?

meg ryan15h - kopie

De perfecte alledaagse dag ? Alledaags is het woord dat echt van belang is, niet ? Dus eigenlijk is dat opstaan, ontbijten met de lady of da house terwijl dochterlief probeert wakker te worden. De boterhammekes voor de lunchbox van mijn dames klaarmaken. Mevrouw Bentenge in haar wagen zien stappen en haar samen met mevr. Bentenge junior uitwuiven. De badkamer delen met dochterlief terwijl zij (zie vraag drie) mijn hoofd voltoetert met muziek uit haar feun. Daarna een kus van dochterlief als ze met de fiets naar school vertrekt. Ontspannen naar het werk rijden. Daar zinvol werk verzetten en dan op tijd huiswaarts trekken om nog voor zes uur samen met mijn liefste in de keuken wat te keuvelen terwijl we samen proberen een gerecht te genereren. Zalig aan tafel zitten en wat bijpraten. Rond acht uur vrouwlief een kus geven wetende dat ze gezellig naar televisie gaat kijken en zelf mijn sporttas nemen om ofwel een balletje te kloppen ofwel een balletje te shotten. Net te laat thuis komen omdat ik (en mijn collega tennissers of voetballers) nog even blijven plakken zijn voor een van-groot-belang-zijnde-na-sport-babbel. Thuiskomen en heel stilletjes de slaapkamer binnen sluipen, in bed schuiven en me tegen mijn al slapende echtgenote nestelen. Kijk, meer moet dat dus niet zijn, want dat is echt wel een perfecte alledaagse dag.

Bon, vraag acht vraag ik gelijk maar aan de lezer zelf. Zou u aub in het commentaarveld even willen aangeven welk “type” mens u bent ? Dan hebben we dat ook gelijk gehad. Persoonlijk denk ik dat het niet evident is om als lezer met mijn “scherpe kantjes” om te gaan, dus ik ga er maar van uit dat mijn lezers allemaal blogmasochisten zijn.

Good god ! Voila, dat is dus een beschrijving in twee woorden. Oh, wat ik dus wou zeggen, hoe kan ik nu mijn eigen complexe zelf in drie woorden vatten ? Aha. Kijk eens aan : complex (altijd) gevoelig (als MR of JR in beeld zijn) introvert (meestal).

Mijn grootste angst ? Dat is eigenlijk eenvoudig. Sterven (fysiek of mentaal) wetende dat ik de taak van vervolmaking (oho, wat klinkt dit zwaarwichtig) van mijn dochter niet heb kunnen afwerken. Ik heb er bewust voor gekozen papa te zijn. Ik zou dat dan ook heel graag volledig uitvoeren tot ik zelf het gevoel heb dat ik haar kan loslaten / laten gaan.

De afsluitende vraag van Carrie is niet evident. Wat durf ik niet, maar zou ik wel willen ? Willen. Ik denk er even over na. Wat zou ik wel willen / maar heb ik nog niet ? Tja, eigenlijk wil ik gewoon leven, en daar heb ik dus net genoeg durf voor. Voor de rest wil ik eigenlijk redelijk weinig (waarvoor echt durf nodig is).

 

Kijk eens aan ! Hieperdepiep, ik ben er door. Morgen, als mijn energielevel terug op peil is (bovendien wil ik gaan tennissen als afsluiter van mijn perfecte alledaagse dag) ga ik (misschien) nog even nadenken over 11 vragen en aan wie ik die graag zou stellen. TX Carrie voor de Liebster Award nominatie ! Ik vond het interessante en  fijne vragen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik ga naar zee…

en neem geen zwembroek mee.

Elke week opnieuw valt er op zaterdagmorgen een hoop papier in onze brievenbus. Nee, eigenlijk is het niet vallen, maar met veel liefde voor de métier zachtjes in de bus gedeponeerd drukwerk. Onze krant en de bijhorende twee weekboekjes, namelijk het dS magazine en het dS weekblad. Telkens opnieuw neem ik me even voor om me door al die zinvolle artikels te werken, en nooit slaag ik daar ook in. Het gevolg is dat er hier ten huize Bentenge ondertussen wat in te halen weekendbijlageslectuurtjes liggen.

Maar kijk, gisteren bladerde ik dus zomaar even door het magazine. Dat lukt elke week hoor, want het dS magazine is luchtig, met veel foto’s en vooral veel niemendallekes die je zo doorneemt en nog sneller terug vergeten bent. Een niemendalfotoke van het vorige magazine vind je in het logje van gisteren.

Stel dat je gisteren reeds mijn schrijfseltje “back in time / a visual” las, dan vraag ik me nu direct af : viel er je iets op aan de lay-out van mijn blog ? En indien ja, heb je er dan aanstoot aan genomen ? Vond je het choquerend en had je ook het gevoel dat je geconfronteerd werd met het laatste taboe ? Jaja, ik geef het toe, ik deed gisteren even een testje. Ik verving de foto linksboven, tot gisterenmorgen een boom in (of op) een besneeuwd landschap, door een frontaal mannelijk naakt. Weliswaar nog altijd discreet want we willen onszelf immers niet te straf opdringen (zo exhibitionistisch ben ik nu ook weer niet). Maar toch, een 24 uur durend experiment ingegeven door een artikel in het dS magazine van dit weekend:

 

Voor het artikel zelf verwijs ik uiteraard naar De Standaard,  maar ik kan je wel vertellen dat het qua inhoud is zoals hierboven eigenlijk reeds aangegeven… een luchtig niemendalleke. Moest het zijn dat je het jezelf even moeilijker wenst te maken, dan verwijs ik naar het origineel want de Standaard nam dat klakkeloos (maar vertaald) over van the guardian.

photo - kopie

De bovenstaande fotoreeks is van de affiche van Quicksand Valley. Het artikel van the guardian zal er wel wat naast zitten, want ik denk niet dat frontaal mannelijk naakt het laatste taboe is, maar dat het een taboe is zou best wel kunnen. Of op zijn minst iets waar “we” ongemakkelijk bij worden. Alhoewel dat voor volledig vrouwelijk frontaal naakt mogelijks ook zo is, ik weet het niet. En dus vraag ik het maar even, want het intrigeert me…

En, vind u frontaal mannelijk naakt, de piet met andere woorden, een taboe ?

 

Back in time. A visual.

Nee, ik ben er nog niet uit. Moest ik door alle foto’s (vooral de digitale) heen moeten die ik ooit nam, dan zou het aanvoelen als zoeken naar een naald in een hooiberg. Dus liet ik mijn hoofd een imaginaire reis maken en probeerde ik me de foto’s te herinneren die ik zelf maakte en die nu nog altijd op mijn netvlies verschijnen. Eerst kwam er helemaal niets. Echt, het volledige NIETS. En toen ik even verder ging, kwam er nog minder. Een beetje een limiet naar -∞ (min oneindig, alhoewel kan oneindig wel min zijn ? ). Kijk, dat heb ik dus maar weer voor, jarenlang een wiskunde adept en nu niet eens meer weten of oneindig ook in negatieve vorm bestaat. Enfin, nog geen foto in mijn hoofd dus.

En terwijl ik dit tikkerdetik op het scherm breng bedenk ik dat ik vorig weekend een artikel las dat me intrigeerde. De zin die me even uit het lood sloeg komt me nog zo voor de geest… “Geniet wat minder, werk wat meer.” Lap. Of dat zinnig is weet ik niet, maar het helpt alvast om wat hij ons “oververhitte consumentisme” noemde in te tomen. En laat dat nu net zijn wat ik dacht toen ik aan mijn foto’s dacht. Man, wat heb ik er ontelbaar veel gemaakt. En mens wat doen die er allemaal heel weinig toe, want ik krijg er niet eens een heel deftige voor de geest. Eigenlijk zou een Marie Kondootje van mijn fotoreserves geen overbodige luxe zijn. Reduceren en enkel de echt mooie of emotioneel waardevolle overhouden. Misschien kom ik dan ook die ene foto tegen die net beter is dan al die andere.

Maar heel af en toe kom ik dus een foto tegen, doorgaans van iemand anders, jaja, die toch mijn geest insluipt. Wat dacht je bijvoorbeeld van deze :

OGormon_08

Als er in dit leven één quote is die af en toe aan lichtsnelheid door mijn hoofd roetsjt is het wel deze : “a thing of beauty is a joy forever” (by Keats). Niet dat ik het echt geloof hoor, dat forever is er immers te veel aan. Maar de foto vond ik dus mooi. Enig mooi badpak ook. Helemaal iets anders dan wat ik vorig weekend op zondag mocht aanschouwen:

Nu ja, dat badpak verschil is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat er een eeuw ligt tussen de eerste foto en de tweede.

Maar wat ik vooral dacht is … inderdaad, dit zijn obese tijden mijnheer Dirk De Wachter. Ik neem mijn gsm, denk niet na en maak een foto. Mr. O’Gormon deed daar in 1913 net iets langer over. Benieuwd wat hij toen zijn beste foto zou gevonden hebben.

Wordt het te veel voor “Corneel” ?

Tiens, dacht ik zonet, die blog van mij, waar dient die eigenlijk voor ? En kijk, ik moet je het antwoord schuldig blijven. Ik heb geen idee. Zeer algemeen gesteld zou ik zeggen dat ik dit plaatsje op het www gebruik om mijn gedachten te ordenen, om iets dat in me leeft neer te pennen, en dat probeer te delen in de hoop dat het me rust brengt en u het met plezier of interesse las. Die twee laatste dingen gaan soms samen, maar soms ook niet.

Ondertussen heb ik geleerd dat er van het bovenstaande weinig klopt. Mijn gedachten rennen meestal alle kanten op, en van een gestructureerde beeldvorming is alvast geen sprake. De heer Brubeck omschreef dit in een logje als “zoals gewoonlijk waaieren zijn gedachten vele kanten uit”.

Ik start mijn schrijfseltje van 1 mei met een kleine bedenking :

20150430_211147 - kopie

Yep, dat zijn ze, de windmolens in onze achtertuin. Even een kanttekening: zij doen dus niet aan 1 mei-en want terwijl ik hier op een verlofdag zit te typen werken zij rustig verder. Persoonlijk zie ik ze iedere dag nog wat grager, dus dat in het hart sluiten (een vorm van positief denken) werkt wel. Aha, kijk, taal, het is me wat. Eigenlijk wou ik schrijven, “ik zie ze elke dag wat liever”. Maar dat klonk belachelijk, “iets lief zien” voelt aan alsof het geen Nederlands is. Graag zien wel. Maar grager zien klinkt dan weer belachelijk. Nu, ik laat het staan, want ik probeer aan mijn logjes niet meer bij te schaven. Typen tot ik denk dat het stukje af is / de goesting over is.

Goed, even naar de titel. Die volgde op de welomlijnde intentie van inhoud die ik oorspronkelijk had. Die intentie was bovendien op één of andere manier gelinkt (yep, alweer een Engels woord dat onze taal insloop) aan het logje van Brubeck, “zoveel te doen”. Heel soms denk ik dat de massa aan impulsen te veel aan het worden is voor (het brein van) “Corneel”. Een weekje geleden keek ik naar Tom Waes zijn reisprogramma toen hij route 65 volgde. Die aflevering vond ik eindeloos interessant. Ze gaf in één uur een inzicht, als je tenminste even de tijd neemt om na te denken over wat je ziet, waar je zonder problemen weer dagen mee verder zou kunnen. Maar eigenlijk zit hem daar nu net het probleem. Ik deed er geen dagen mee, want nog voor ik de inhoud van route 65 en de bedenkingen er rond enigzins vorm kon geven kwamen de volgende impulsen alweer binnen en rende ik alweer naar de volgende “gewaarwording”.

Maar toch ga ik nog even terug naar één van de twee stukjes in die aflevering  dat me van mijn sokken blies. En waar ik ook de komende weken voor mezelf even mee zal bezig zijn. Het echte punt kwam op 6:58. “Well, it’s simplicity.” De reden om Amish te worden voor de jonge man in kwestie. Wat daar aan bod komt is de ver doorgedreven “less is more” gedachte. Het staat in schril contrast met de film die ik gisteravond op tv bekeek, namelijk “limitless“. “Simplicity” en “limitless” zijn de twee grondgedachten die binnen in mij constant strijden om “goud”. Langs de ene kant wil ik een leven met niet te veel impulsen en dicht bij de natuur, langs de andere kant wil ik ook van die ene levenskans die we krijgen op deze bol ten volle profiteren. De balans tussen die twee is moeilijk. Een gerichte en gelimiteerde bucketlist zou hier best wel een oplossing kunnen zijn. En onbewust maakte ik hiermee de cirkel rond en zit weer helemaal in “the stuff in between“.

 

Het paarse tapijt.

Heel af en toe wordt het me eens te machtig. Een beeld zegt volgens mij zelden meer dan duizend woorden, maar dat is mijn persoonlijke aanvoelen. De reden is uiteraard simpel : zapperdezap is wat ik doorgaans met beelden doe.

Toch ben ik een beeldenman. Daarnet zat ik aan het avondeten te denken… “als ik maar één foto zou kunnen kiezen uit het ganse arsenaal zelfgenomen foto’s, welke zou ik dan de sterkste vinden?” Ik denk dat ik binnenkort eens voor mezelf die oefening doe… maar laat dat je er niet van weerhouden om nu reeds hetzelfde te doen voor jezelf. ;-)

Kijk, onlangs kwam ik op de “demilked” website terecht, en wel voor dit : imageslink. De foto van de surfer vind ik persoonlijk schitterend eenvoudig maar o zo sterk.

Op dezelfde website vond ik deze week ook dit : link. Omdat mijn huidige werkplaats niet zover van dit paarse tapijt verwijderd is ging ik vandaag over de middag toch maar eens kijken, mijn smartphone in mijn heupholster zodat ik hem snel kon trekken voor wat dan ook. Dat deed ik dus wel al eens, maar ik was zeker niet alleen :

20150424_130545

Heel eerlijk : het was mooi om zien, maar ik blijf achter met gemengde gevoelens. Als je bekijkt hoeveel mensen in hun wagen stappen, kilometers CO² de lucht inpompen om toch maar een glimp op te vangen van wat bloemetjes tussen bomen en dan vooral een foto te nemen om te tonen dat ze a) er geweest zijn en b) een fototoestel weten te hanteren, … dan denk ik dat deze wereld niet alleen overpopulated is maar bovendien goed op weg om ecologisch onderuit te gaan ten gevolge van overmatige “consumptie” in vele vormen.

Enfin, niet getreurd en gezanikd, … let the weekend begin !

The post…

I should not have written.

Het is eigen aan wie ik ben en hoe ik in het leven sta, denk ik dan. Ik ben gevoelig, vind ik over mezelf. Ik leef mee, vind ik over mezelf. Ik ben hard in mijn manier van communiceren, weet ik van mezelf. Soms, heel sporadisch, vraag ik me dan af wat anderen daar van, en van mij, vinden.

Dit weekend las ik in de bijlage van mijn krant het artikel met de titel “kankerpatiënten zijn zoals Limburgers: wij tegen de rest”. Eerst even een biecht die er waarschijnlijk niet echt één is… ik ben een hypochonder. Als er iets scheelt denk ik sinds ik de dertig passeerde het ergste. Voordien dacht ik wel eens sterker te zijn, maar niet adequaat reageren op een aanslepende spierpijn leverde mij in 2001 een rugoperatie op omdat de spierpijn een zenuwpijn tgv een hernia bleek te zijn. Enfin, kijk, als het pijn doet in mijn lijf vrees ik altijd weer dat de K-ziekte ergens aan het woekeren is. Ik kan het niet echt helpen, het is een reflex. Goed, ik las dus dat artikel en moest bijna wenen bij een interessant stukje tekst. Ik zag even mijn dochter voor me. En het greep me aan.  Aan het woord is dus Olav Grondelaers, na de kanker.

“Ik probeer oprecht geïnteresseerd te zijn. Ik vind empathie belangrijk. Mijn dochter is veertien jaar. Sommige dingen trekt zij zich enorm aan. Maar als ze zegt dat ze soms liever niet zo vreselijk gevoelig zou zijn, antwoord ik dat ze dat juist moet koesteren. Dat is geen probleem, dat is een cadeau.”

Geloof me maar, bij iets dergelijks belachelijks krijg ik dus tranen in de ogen.

Voila, de titel is dus niet van toepassing, omdat ik de post die “ik beter niet had geschreven” niet naar boven liet komen. Het is vandaag een beetje zonnig, dus kritische noten kunnen we beter laten.