Diversifiëring. Businessplannen. We kennen de woorden wel. Tegenwoordig geven ze doorgaans aanleiding tot “heroriëntering” van bedrijven. Met de gevolgen die we dagelijks in de kranten zien. Want meestal betekenen die woorden afslanken, vooral in Europa. Wie niet mee is of mee kan gaat ten onder.
Maar duiken we even terug in de tijd. Stel : je hebt een paar bootjes die transport uitvoeren en op een goeie dag stap je per ongeluk met je voet in een zwarte plas. Je wordt dus kersvers oliebaron. Bij die status hoort natuurlijk een betere profilering en je denkt hard na over de naam en het bijhorende logo van je bedrijf. Ter ontspanning ga je wat strandwandelen en plots zie je het…

In één klap heb je je logo en de naam van je bedrijf gevonden. Het hoeft niet moeilijk te zijn als het makkelijk kan.

Dat schelpje moet je dan uiteraard beter gaan uitwerken. In de loop van de tijd ga je op zoek naar het evenwicht tussen vasthouden aan het verleden voor de sterke punten en meegaan met je tijd om op de kaart te blijven staan. Diversifiëring, businessplannen en uiteraard ook merkbekendheid versterken (alias “branding”, maar dan in het Engels en niet in het Nederlands). Link.
Zalig. (die) Zon.
Een paar dagen terug wervelde een “summer breeze” binnenin mijn hoofd terwijl de wind mijn haren deed “wapperen”. Het was dus, athans even, pré-zomer. En pré-zomer, ook gekend als warme lentedagen, kenmerkt zich in hoofdzaak door buiten in de tuin werken. Van die tuinwerkweg heb ik al een groot stuk afgelegd. Dacht ik, maar na de bocht blijkt dat de weg eindeloos is. Maar niet getreurd, aangezien die “werktuin” van ons een straatje zonder einde is, probeer ik daarnaast ook nog te genieten. Zij het met mate, want zo hoort dat naar het schijnt. Van wat lekker is mag er niet te veel zijn, we moesten eens verslaafd worden…
En addicted ben ik eigenlijk wel. Aan vanalles en nog wat. Onder andere dus ook aan tennis. Aan het spelen van en kijken naar. Dat laatste was tijdens mijn “schooltijd” licht vervelend, want het mooiste tornooi (naar mijn mening) viel natuurlijk ieder jaar weer samen met de blokperiode. En ik (jaja, this is a confession) heb doorgaans onvoldoende karakter om mijn verslavingen volledig “het hoofd te bieden”.
Als ik tennis speel doe ik dat heden ten dage in een outfit die gekenmerkt wordt door “the three stripes”. Een vorm van verzet tegen één van mijn verslavingen. Alhoewel het bij aanschaf niet echt een vorm van verzet was, eerder een bewuste keuze voor de op dat moment iets goedkopere schoenen. En uiteraard kan het niet dat de kleding van een ander merk is dan de schoenen, dat is gewoon vloeken in de kerk van de bewust met kleding omgaande man. Toch ben ik nog altijd gevoelig voor ”branding” en bijhorende keuze van “uithangborden”. Ik ben al van kleinsaf fan van / addicted to “the swoosh“. Er was zelfs een tijd dat ik, gedreven door de grenzen aan mijn financiële ruimte, dezelfde zonde beging als aangegeven in de link hiervoor.
De tijd van die namaakzonde ligt al even achter me. Ze dateert van de jaren volgend op de beruchte Jambers documentaire. De Millet-files. Een millet heb ik nooit gehad. Maar ik geef toe dat ik wel merkgevoelig ben/was. En dus wou ik het even over dat aspect hebben.
“Branding” dus. Je weet wel. Merken. Sommige zijn van onschatbare waarde en schijnen meer waard te zijn dan de “real assets” van een bedrijf. En ik kan dat wel begrijpen. Sommige dingen die ik koop zijn gebaseerd op de eenvoudige link brand/kwaliteit. Cola koop ik enkel als er ook coca voorstaat. Daar heb ik gerust het dubbele voor over. Dat is uiteraard niet alleen omwille van het merk, maar vooral omwille van de smaak en de vaste kwaliteit/smaak wereldwijd. Maar sommige dingen koop ik dus ook gewoon omwille van het mooie logo en de omringende marketingcampagnes die me de hemel op aarde beloven. Ik heb het absoluut niet in mij, maar een beetje Andre Agassi frivoliteit op de tenniscourt in Asse zou ik niet afslaan. Misschien moet ik toch eens over een nieuwe tennisoutfit van het volgende merk nadenken :
