Maandag. Over de middag gaan een collega en ik eens “buiten”. Letterlijk en figuurlijk. Dwz dat we buitenshuis iets gaan eten, en met plezier ook mentaal de werkvloer achter ons laten. De collega in kwestie is een echt fijne mens. Ik zeg het niet graag, maar zodra we het gebouw achter ons laten lijken we twee onnozelaars op weg naar god-weet-wat. De fijnste bezigheid als tegengewicht van de “sérieux” van het professionele leven is wat leuteren in managementtermen. Van relativeren gesproken. Immers alles is vertaalbaar in KPI en “holle” managementtermen. Toen we op de weg terug door de lobby van ons “immeuble” wandelden werd mijn aandacht getrokken door iets waar ik het dadelijk van op de heupen kreeg. Er hing een aankondiging voor een opleiding. En de bedrijfsnaam getuigde van creativiteit en hippigheid. De no-brain aanpak is simpel. Je neemt een woord, vertaalt het naar het Engels en plaatst er i voor. Et voila, weeral ettelijke euro’s in the pocket. iDream. iGuess.
Anyway. Het echt fijne deel van een werkdag is de weg terug naar huis. De radio stond op Studio Brussel, ooit de hipste zender in het halfrond. iListened en na het iCreative gedoe van over de middag kreeg ik een paar minuten tegengewicht. Want op de radio was er op dat moment van hippigheid geen sprake meer. Aan de lijn van de presentator hing de on-cool-heid zelve. En toen dacht ik… maar allee, iDool.
De term iDool is toepasselijk vind ik zelf. Want idolatire is nog altijd niet echt mijn ding. Ik vind het een beetje “dolen”, dat idool gedoe. Nu, de man in kwestie was één van die zeldzame idolen uit mijn jeugd. Ja, ik ben een Clug Brugge supporter. Vroeger stevig, nu veeleer passief. Toen ik hem vandaag op de radio hoorde wist ik weer waarom ik hem zo graag mocht en eigenlijk nog mag. Hij is zo nuchter dat het pijn doet. Hij was een werkpaard met net voldoende talent. Grootsprakerigheid en hipheid was en is niet echt aan hem besteed. Vanavond brengen ze een soortement hulde op canvas. De “caje”. Een jeugdiDool.






